Vergeten Voordeuren

19-03-2020

Tot en met de zomer brengen we in kaart hoe groot de invloed van het coronavirus is op de groeiende ongelijkheid tussen mensen. Zowel op basis van welvaart als in welzijn. We leggen de vinger op de zere plek, bieden verdieping en perspectief op de actualiteit en hopen daarmee een bron van inspiratie te zijn voor het inslaan van een betere weg in de toekomst. Met en voor elkaar.

 

Op zondag 15 maart schreef Rutger Bregman in een artikel voor De Correspondent dat rampen en crises het beste bij mensen naar boven halen. De aanleiding hiervoor was de wereldwijde verspreiding van COVID-19 die ieder van ons nu wel op een bepaalde manier raakt, zij het in de portemonnee, qua gezondheid of door het draaiend weten te houden van een gezin waarvan alle leden nu thuis zitten.

 

De huidige situatie maakt -om bovenstaande redenen of om een niet genoemd- pijnlijk duidelijk voor wie het gras aan de overkant groener is. De onzekerheid die komt kijken bij het niet weten wanneer en óf je überhaupt inkomen ontvangt, het niet als vanzelfsprekend kunnen rekenen op een sociaal vangnet en het misgrijpen op (eerste) levensbehoeften in supermarkten, zijn niet te missen symptomen van de (steeds groter wordende) ongelijkheid tussen mensen. Want wie houdt zich op momenten als deze bezig met het hersorteren van de kledingkast en wie probeert financieel alle eindjes aan elkaar te knopen?

 

Tegelijkertijd betoogt Bregman dat niets een samenleving zo goed kan doen als een mondiale malaise. Er is een groter groeiend bewustzijn van saamhorigheid aan het ontstaan, zowel moreel als sociaal, waarbij daden uit zelfzuchtigheid veranderen naar acties uit onbaatzuchtigheid. Denk aan de vele mensen die zich voor ouderen in de buurt inzetten om dagelijkse medicijnen op te halen of de vele mensen uit Sienna en Napels die gezamenlijk vanaf hun balkon zingen om nog enig kleur aan te brengen aan de lock down.

 

Fotograaf Laisa Maria legde na haar studie Culturele Antropologie het thema armoede vast in Rotterdam in het kader van haar project Vergeten Voordeuren. In onderstaand artikel wordt de situatie van de islamitische Peter en zijn gezin vastgelegd. Het gezin komt iedere maand 264 euro tekort naar aanleiding van het afbetalen van een hoge schuld door procedures die Peter was gestart om zijn vrouw en zoon vanuit Marokko naar Nederland te halen. De situatie is zo nijpend geworden dat Peter niet meer in staat is om zijn eigen scootmobiel te vervangen waarvan hij afhankelijk is. Of om crème voor zijn zoon te kopen die erge last heeft van eczeem. Toch zegt hij in een van de laatste alinea’s dat ondanks dat het voor hem soms ook allemaal te veel is, hij elke dag weer opstaat en bezig blijft voor zijn gezin.

 

Daarmee zijn we weer aanbeland bij de belangrijke uitspraak van Bregman. Crisis, zowel op maatschappelijk als individueel niveau, brengt mensen bij elkaar waarbij eenieder hulp aanbiedt zonder eigenbelang. Laat dat een leerpunt zijn dat zich omzet in een langdurige verandering in hoe we ons tot elkaar verhouden. Het kan (en moet!) ook zonder crisis kunnen, alleen is er soms eerst iets nodig wat ons wakker schudt om de situatie in perspectief te plaatsen. Wetenschappelijk bewijs is op papier genoeg, laten we dan nu in de praktijk een voorbeeld nemen aan al die mensen die hun handen uit de mouwen werken om hier samen doorheen te komen. Of neem het gezin van Peter. Velen van ons leven in de veronderstelling dat meer van iets hebben, kopen of bezitten altijd beter is. Het vergroten van persoonlijk welzijn zou enkel een kwestie zijn van een klik op een knop. Ondanks dat er zeker wat voor te zeggen valt dat het hebben, bezitten of kopen van bepaalde aspecten bijdraagt aan materieel en immaterieel welzijn onder ieder van ons, laat Peter zien dat in crisistijden het leven hem verplicht (en dus niet meer vraagt) om creatief te zijn in het aanspreken van persoonlijke kwaliteiten en vaardigheden waardoor hij als mens kan groeien. Het vinden van geluk (= rijkdom) is in die zin niet een optelsom (+), maar het vermenigvuldigen (x) van wat niet op de voorgrond lag door maatschappelijke tendensen en overtuigingen, en het onbaatzuchtig ondersteunen (:) van anderen.

 

Dat gezegd hebbende, het is in het licht van het herdefiniëren van rijkdom niet de bedoeling om de gevolgen van armoede op een voetstuk te plaatsen. Maar als crisis het beste bij ons naar boven haalt, laat ons dan inspiratie kunnen halen uit ieder om ons heen.

 

 

Vergeten Voordeuren, Laisa Maria 
bekijk de volledige serie in Andersland 02
pagina's 36-41

 

Peter is een gastvrije man, die mij ondanks zijn hevige rugklachten altijd buiten opwacht bij de poort van zijn sociale huurwoning nabij centraal station. Binnen is het warm, het hele huis is versierd met Feyenoord vlaggen en posters. Ik praat met vader, zijn zoon Nordin en moeder Najia luisteren aandachtig.

 

"Ik ben 25 jaar geleden bekeerd tot de islam. Onder islamitische gezinnen heerst in Rotterdam veel armoede, dat heb ik in al die tijd wel geleerd. Ik weet dat veel arme mensen zich schamen, maar in de islam lijkt er nog meer schaamte te zijn. Ik weet natuurlijk wel dat ik me niet hoef te schamen, maar mijn vrouw heeft er veel moeite mee. Momenteel zijn we afhankelijk van twee voedselbanken, omdat we maandelijks een bedrag van 265 euro tekortkomen. Natuurlijk is daar schaamte in, maar wat koop ik daarvoor?"

 

“De ellende is begonnen nadat ik werd afgekeurd in 1992. Ik heb altijd in de bouw gewerkt, maar toen ik in de WAO kwam veranderde mijn leven. Ik ben naar Marokko gegaan op vakantie, en heb daar mijn huidige vrouw ontmoet. Ik ben toen drie jaar voor haar in Marokko gebleven, toen ons eerste zoontje is verwekt. Toen hij twee jaar was, wilden we naar Nederland verhuizen om hem een betere toekomst te geven. Vanaf Rabat moest ik meerdere malen tweeduizend kilometer heen en weer reizen om papieren in te leveren bij de ambassade voor zijn paspoort en die van mijn vrouw. Het regelen van hun emigratie heeft mij toen aardig wat geld gekost. Ik had natuurlijk maar een simpele WAO, maar ik wilde het goed doen. Het was mijn intentie om mijn vrouw en kind legaal mee terug te nemen naar Nederland. Uiteindelijk dacht ik alles geregeld te hebben. Mijn vrouw en kind kwamen twee maanden na mij aan in Nederland, maar op Schiphol werd meteen het paspoort van mijn kind ingenomen. Het was niet rechtsgeldig, volgens de marechaussee. Toen wilde ik met mijn scootmobiel die glazen pui bij Schiphol eruit rijden, mijn vrouw en kind hadden legale papieren bij zich en waren onschuldig, maar werden behandeld als criminelen. Ze konden wel begrijpen dat ik boos was, maar moesten de wet hanteren. Mijn vrouw mocht het land in, mijn kind niet."

 

"De periode die volgde was ondragelijk. Ik heb oneindig veel verklaringen afgelegd, een advocaat in de hand moeten nemen en ben naar de rechter gestapt. Die rechter moest ineens gaan bepalen of het wel mijn kind was en of ik het rechtsgeldig mee naar Nederland had genomen. Het ging over mijn kind! Ze hebben me de rechtszaal uit moeten rijden, anders moest ik het gevang in. Niet dat dat mij tegenhield, maar ik kon niet tegen het onrecht. Je begrijpt dat mijn grootste schulden in die tijd zijn ontstaan, toen ik mijn eigen kind en vrouw naar Nederland wilde halen. Alle papieren uit Marokko waren bij elkaar ongeveer 10.000 euro maar daarna moesten we nog verder procederen in Nederland, wat vreselijk lang heeft moeten duren. Het heeft mij bij elkaar 45.000 euro gekost. Maar ik vraag nu aan jou: had ik het dan niet moeten doen? Hoe had ik ooit kunnen rusten? Mijn vrouw en kind zijn weerloos.

 

"Van 2007 tot 2012 heeft onze aanvraag bij de kredietbank onder het stof gelegen. De papieren waren wel ontvangen, maar niet behandeld. Onze schulden bleven al die tijd gewoon stijgen. De rechter heeft ons toen in 2012 schuldsanering opgelegd. Na drie jaar schuldsanering kregen we in 2015 een schone lei, althans dat dachten we. Maar dat bleek te mooi om waar te zijn. Er zat helaas nog een staartje aan van 10.000 euro aan boetes die de bewindvoering moedwillig had achtergehouden. Ons geval is een klassieker, door verkeerd beleid van onze bewindvoerder konden we weer opnieuw beginnen. Ik heb de belastingdienst pakweg 1800 euro aan onterechte boetes betaald, maar ik weet dat ik dat geld nooit meer ga terugzien. Ik kan niet op zoek gaan naar gerechtigheid, de nieuwe schulden zijn belangrijker. Dat heb ik na al die jaren vechten wel geleerd. Je kunt in dit land niemand aansprakelijk stellen. Je wint het toch niet."

 

"Nog steeds lopen kleine bedragen van 70 euro op tot soms meer dan 600 euro. We kunnen het simpelweg niet betalen. Ik heb allerlei akkefietjes lopen met de gemeentebelasting, verzekeringen, de waterschapsbelasting, je wordt er niet goed van. Soms wordt er beslag gelegd op mijn inkomen. We krijgen dan uiteraard toeslagen, maar als daarna de vaste lasten en regelingen er vanaf zijn, houden we elke maand precies 0 euro over om van te leven. Gelukkig heb ik nu na al die jaren een hulpje voor de administratie, maar desondanks komen we elke maand gemiddeld 265 euro tekort. Voor al ons eten zijn we volledig afhankelijk van wat we krijgen. Elke week ga ik naar de islamitische voedselbank en naar de Schotse kerk met mijn scootmobiel, maar binnenkort valt er eentje af omdat we al te lang gebruik hebt gemaakt van ons voedselbankrecht.”

 

"Arm zijn is de laatste jaren niet gezond geweest voor ons. Mijn zoontje zit helemaal onder het eczeem. Als ik zie hoe hij zichzelf elke ochtend helemaal openkrabt van de jeuk, springen de tranen in mijn ogen. De zalf die ik moet kopen voor hem is 80 euro, en wordt niet verzekerd. Van de troep die ik hem wel heb gegeven, kreeg hij haren op zijn hals en borst terwijl hij toen nog maar 9 jaar was. Ik heb het geld niet eens, en niets helpt, je voelt je zo machteloos.
Mijn vrouw is nog steeds ziek van de borstkanker, en ik kan niets zonder mijn scootmobiel door chronische pijnklachten aan mijn rug door jarenlange arbeid in de bouw. Met mijn huidige scootmobiel heb ik al 13.000 kilometer gereden, vanaf begin 2014. Maar de accu is kapot, vorige week stond ik weer 1.5 uur buiten in de vrieskou te wachten op een reparateur met mijn jongste zoon van 7. Ik heb een nieuwe scootmobiel nodig, maar die krijg ik niet, want dat is allemaal weer te duur. Maar zonder mijn scootmobiel, kan ik mijn gezin niet onderhouden. Het is echt een doolhof, allemaal, ik houd het nog maar net aan vol. Soms is het voor mij ook te veel. Maar ondanks alles hou ik zoveel van mijn vrouw en kinderen, ze houden mij bezig om te doen wat ik moet doen. Elke dag weer.”

 

Als ik klaar ben mijn gesprek met Peter, maak ik een foto van zoon Nordin. Zijn moeder kijkt nieuwsgierig toe, terwijl Nordin haar liefdevol uitlegt wat ik kom doen.

 

“Mama wij zijn arm, maar anderen mensen zijn ook arm, en als wij dit verhaal vertellen denken andere mensen dat het niet erg is om arm te zijn. Dan weten ze dat ze niet alleen zijn.”

 

Voor meer informatie over het project Vergeten Voordeuren van Laisa Maria, kunt u terecht op www.vergetenvoordeuren.nl